Mek's Reispagina's
(Vrij) Kamperen
Tips
Caribean 2000
Griekenland 2001
PyreneeŽn 2002
Griekenland 2003
Japan 2003
Ardennen 2003
Swalmen 2003
Eifel 2004
PyreneeŽn 2004
Turkije 2005
Frankrijk 2005
Mijn club
Links
Contact
Spelletje
PyreneeŽn 2002
 
Woensdag, 10 juli
Daar zijn we weer: goede wijn behoeft geen krans, dus ook dit jaar weer een vakantiedagboek. De foto's zijn door ondergetekende gemaakt en de illustraties door onze Dieuwer van 6.
We staan nu in Moulin de Veigne, een dorpje net onder Tours, aan de rivier de Indre op een klein campinkje. Vanmorgen zijn we stipt om vier uur vertrokken en dat viel halverwege de dag (na anderhalf uur slaap) toch eigenlijk niet mee. De dames doken direct na vertrek in hun pyjama zo weer het bed in en voordat we in Venlo waren, lag alles al weer onder zeil. Wen en ik moesten het doen met een thermoskan koffie en de radio op zacht. Pas in de buurt van Lille in noord-Frankrijk kwam er beweging in het achter- en bovengedeelte en zag je af en toe een slaperig koppie met dikke oogleden tevoorschijn komen.
Het weer tijdens eerste dag van de rit was niet veel bijzonders, maar desondanks schoten we toch goed op. Rond Parijs werd het echt druk en deden we er vanwege de file wel een uur extra over om de Periferique te ronden.
Vlak voor Tours hadden we het eigenlijk wel gehad en zochten we de camping op. Eigenlijk een ander, dan we van plan waren, maar deze kwam eerder en ligt toch ook wel heel pittoresk.
De camper stond met 5 minuten en het eerste overheerlijke biertje siste er gestaag in. De smoor en de rijst waren, na alle voorbereidingen thuis, in een half uurtje klaar en vervolgens binnen no-time verorberd.
We gaan zo nog even een rondje wandelen door het dorpje, een ijsje eten, en dan denk ik heel vroeg naar bed. Even wat slaap inhalen. Vandaag hebben we een dikke 750 km afgelegd en morgen hebben we nog een 530 km te gaan. Daar zullen we ook wel onze tijd voor nodig hebben, want na Bordeaux houdt de snelweg op en moeten we het met wat minder doen.
 
Zaterdag, 13 juli
Nog maar net de koffie achter de kiezen of toch maar weer het dagboek ter hand genomen. Donderdag was nog een reisdag, die eveneens voorspoedig verliep. Redelijk weer, zonnig met een niet al te drukke weg naar het zuiden. Vroeg in de middag reden we de enorme bruggen bij Bordeaux over en daar hield de Peage eigenlijk op en werd de snelweg een normale autoweg met ontzettend veel Spaans vrachtverkeer. Al met al toch wel goed opgeschoten en als deze jongen niet een afslag in oprichting zou hebben gemist, dan waren we er misschien nog wel een uur eerder op de plaats van bestemming geweest.
We staan dus in de Franse PyreneeŽn op camping 'Domaine d'Esperbasque'. Een berghelling met meerdere terraslagen voor tentjes, caravans etc. Wij vertoeven op de hoogste laag en kijken op iedereen neer. Zoals het hoort, dus. De camping is een voormalige boerenhoeve met alles er op en eraan: paarden, geiten, kippen, schapen en eenden. Voor de vakantiegangers is er zat te doen: zwembad, paardrijden, spelletjes en de komende maandag gaan de dames een kayakles volgen in wildstromend water.
Gisteren was een echte luierdag: een beetje zwemmen, knollen verzorgen en pony's (of ponie's?) bijknippen, luieren en vooral rosť drinken. Met Brecht samen naar Bearn de Salies gereden om wat noodzakelijke inkopen te doen. Het is een echt lief en schilderachtig dorpje. Riviertje, watermolens, vijftiende eeuwse huisjes etc. Het zonnetje scheen en de Artesiens waren de meest afgrijselijke schilderwerken aan het wrochten rond de watermolens en overhangende geveltjes. Zelfs als ik er een kado kreeg, dan hing ik hem nog niet op. Maar goed, die jongens en meisjes zijn mooi van de straat (of zoals in dit geval juist op de straat).
's Avonds lekker gebarbeknoeid, met een onverwachte gast. Het busje beneden ons, daar had de moeder de avond ervoor haar voet bezeerd bij het afdalen van het trappetje. Blijkt dus achter af gewoon gebroken, dus zij met manlief vanochtend af naar het ziekenhuis. En dat duurde maar en dat duurde maar, terwijl dochterlief in haar uppie zat te wachten. En of je er nou zes moet voeren of zeven, dat maakt deze held allemaal niets meer uit. Dus hups, ook zij een worstje, een lamskoteletje en een stuk stokbrood met Franse kaas. Pa en ma (deze laatste met haar poot in het gips) schoven later ook nog aan, dus al met al een volle bak.
Vandaag is het bewolkt en regenachtig. De drie kleine dames zijn knollen. Daar wordt je dus echt helemaal gek van. Dat frot en doet maar bij die stinkbeesten en dat meurt gewoon iedere keer weer een uur in de wind. Verder hebben we 's avonds nog met ons drieŽn wat schietoefeningen gedaan: buks, pijl en boog, en blaasroer. Veerle schoot in de roos met de blaasroer, Brecht in de roos met pijl en boog, en ondergetekende met de buks.
We hebben net met vereende krachten de camper een meter of wat opgeschoven, zodat die lui met dat gebroken poot ook hier boven kunnen staan. Dat is voor haar wel wat gemakkelijker om naar de douche- en toiletruimte te gaan.
Brecht kijkt nu over mijn schouder mee, en verbetert mij omdat ik 'schoder' schreef. Dat zie ik ook wel omdat er dan een rood golfstreepje onder het foutief gespelde woord verschijnt. De lucht is weer wat lichter, en ik ga met dat lange monster nu even bij de andere dames kijken en wat foto's van hen en de knollen maken.
 
Zondag, 14 juli
Quatorze Juillet, ben benieuwd wat we daarvan gaan merken. Weinig denk ik, want 99% van de mensen op de camping zijn Nederlanders, en het dorp is toch wel een kilometer of drie hier vandaan. Gisteren heb ik met Veerle een prachtige fietstocht van een ongeveer 35 km gemaakt door de bossen en de heuvels hier in de omgeving. Zolang je naar beneden rijdt, is het allemaal geen probleem, maar de weg omhoog lijkt altijd wel drie keer zo lang. Er waren echt stukken bij, die we hebben moeten lopen. Maar goed, klotsende oksels, zere reet, lekker afgepeigerd en we hebben weer wat beweging gehad. Het weer was verder niet veel bijzonders: harde wind, veel bewolking en eigenlijk een (voor ons) te lage temperatuur. Vandaag begonnen we met een zonnetje en een klap. Brecht vond het nodig om uit bed te vallen om negen uur. Iedereen wakker dus: mooi begin van de dag.
Wen belt nu met Alie en de dames zijn pingpongen, skelteren, knollen of weet ik veel wat meer. Dieuwer heeft een vriendinnetje en telt lekker steentjes. Je moet er maar opkomen.
Straks gaan we een rondje wandelen; hopelijk krijgen we de groep bij elkaar en anders maar niet. Morgen gaan de dames naar de rivier verderop en krijgen les in wildwater kayakken. Ben benieuwd hoe dat gaat verlopen.
 
Woensdag, 17 juli
Niemand weet nog of de datum klopt, en dat houdt dus in dat niemand ook de dagen aftelt tot het einde van de vakantie. We staan nu echt op de meest ongelooflijke plek in de PyreneeŽn. De weg ernaar toe was al een avontuur op zich. Een prachtige weg van Ochagavia naar de wereldstad Hecho (twee man en een paardenkop). Dwars door de Spaanse natuurparken, met de meest fantastische vergezichten en met voor ons allerhande wilde beesten.
Dinsdag zijn we vertrokken van de Franse camping en via de binnenwegen richting de Ebanetapas en Spaanse Roncevalle gereden. Klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Uiteindelijk kwamen we bij Ebaneta de Spaanse grens over op het hoogste punt. Ruim een kilometer en met de kop in de wolken. En koud: allemaal de fleezetrui aan en klappertandend even bij het monument van Roelant gestaan en gekeken. Daarna gauw weer de camper in en door naar Roncevalles. Een klein stukje verder, een stuk lager en meteen vanwege de beschutte ligging een stuk aantrekkelijker. Het kloostercomplex op zich is leuk om te stoppen, maar zeker geen ellenlange rit waard. Leuk kerkje, leuke kloostergangen, leuk museumpje met prachtige zeer oude handschriften, maar ook echt alles betalen. En wat grappig is: je ziet nu echt overal pelgrimgangers. Veel sportieve jongelui, maar ook echte devote wandelaars, die bij aankomst in de pelgrimskerk diep door de knieŽn gaan voor het altaar en het Christusbeeld. Ze zijn af en toe echt helemaal bepakt en bezakt en je vraagt je toch eigenlijk af wat een mens er toe drijft om zo'n immense onderneming (met jezelf) aan te gaan.
Via een niet de moeite waard zijnde munitiefabriek uit de 19e eeuw en een eventjes verder gelegen prachtig natuurpark, zo groot als Utrecht, en even gepauzeerd bij een stuwmeer zijn we verder getrokken. Daar hebben we wilde paarden in de natuur gezien. Echt heel leuk om mee te maken. Jammer dat we niet verder konden, omdat de weg om het stuwmeer alleen voor geautoriseerd verkeer bestemd was. Het gebied is zeker de moeite waard om nog eens voor terug te komen en dan om bijvoorbeeld een wandeling rond het meer te maken. Zelfde kronkelweggetje terug en snel verder naar ons einddoel van die dag: Ochagavia. Aan het eind van de middag kwamen we daar aan: een eenvoudige camping bij een leuk middeleeuws dorpje. Nauwe straatjes, donkere steegjes en moekes in het zwart, krom gebogen en met een hoofddoekje. Al met al: echt Spaans idee op deze manier. De meiden hebben nog even leuk in de naast de camping liggende rivier gespeeld en joekels van vissen gevangen (ahum). Door de hoogte koelde het 's avonds af en zijn we naar binnen gegaan. Dieuwer slaapt al met een kwartier in haar hokje en Veerle vindt het allemaal veel te spannend om direct te gaan slapen. Haar koppie zie je steeds achter het gordijntje vandaan komen om toch maar even te kijken wat al die groters doen. En dat is eigenlijk maar weinig bijzonders: praten, lachen en een muziekje zachtjes aan. Tien uur is het echt bedtijd.
Vanochtend hebben we een schitterende wandeling gemaakt: die begon direct achter de camping (de troel van achttien achter de balie had er nog nooit van gehoord) en het was een openbaring van plantjes, bloemetjes en vlinders. Heycke vond zelfs een slang, maar die ritselde net weg toen de laatste (en dat was natuurlijk Dieuw) erbij kwam. Dat was wel jammer. Bij de camper terug hebben we natuurlijk alle vlindertjes, slangen, vogels etc weer opgezocht in onze natuurgids. Hartstikke leuk allemaal en met een zeer hoog meester Jan-gehalte.
Gauw de laatste spullen weer het dak op, de fietsen het rek op, de stroomkabel opgerold en dan snel weer verder. Op naar het volgende avontuur.
Slechts een afstand van 67 km, maar daar hebben we bijna drie uur over gedaan. En niet met tegenzin: landwegen waar je goed moet opletten of er een tegenligger aankomt, want dan kun je een verbreding in de weg opzoeken om elkaar te passeren. Opvallend hoe beleefd de lokale bevolking is. Ze geven je echt ruim de baan en rijden zelfs een stuk achteruit terug. Die ruimte hebben we dan ook echt nodig, als wij daar met ons slagschip door die bergen heen manoeuvreren. Ook opvallend is, dat we afgelopen drie dagen geen enkele toerist tegengekomen zijn. En dat vind ik wel fijn, want dat was toch wel een van de doelstellingen deze vakantie. Rust, natuur en cultuur.
En die rust vinden we hier: 10 km boven Hecho, dus weer bijna bij de Franse grens, maar nu in Aragon. De wegen zijn toch al weer een stukje minder van kwaliteit en veel smaller en minder goed onderhouden, dan in Navarra. We staan hier hoog (ruim 1 km) en in een dal omgeven door zeer ruige bergtoppen. In de laatste zonnestralen zien we ook nog net hoe de zes gieren die hier rondzweven hun nesten op gaan zoeken. Het wordt voor ons ook te koud om nog buiten te zitten, de wind is hard en de temperatuur daalt stevig. Ik ben benieuwd hoe de twee oudste dames zich vanavond gaan redden in hun tentje. Het doek klappert hevig in de harde wind.
De camping is enorm qua oppervlak, met maar relatief weinig bezoekers. En dat kan ik me ook wel voorstellen, want de rit hierheen was redelijk ruig (zeer smalle weg met veel bochten en gaten in het wegdek) en de camping staat in geen enkele gids vermeld. En dat zie je dan ook. Prachtige alpenweiden, met strakke glooiende grasvelden en alleen maar liefhebbers: alpinisten, wandelaars en mensen met een kano. De sport druipt er hier en daar vanaf. De voorzieningen op de camping zijn eigenlijk wel lollig: zo is er bijvoorbeeld voor de afnemers alleen maar stroom overdag tot 's avonds laat. Daarna gaat het aggregaat uit en zit je zonder. Pas in de loop van de morgen start ie weer en heb je dus ook weer stroom. Voor ons met onze accuvoorraad dus eigenlijk geen enkel probleem. De douches zijn vrij open aluminium hokjes met verrassend heet water. En alles brandschoon dankzij de poetsmonchool die hier rondloopt en die wij reeds tot fieldmanager hebben benoemd. Hij controleert alles terdege, en als er iemand de wc of douche uitkomt, dan staat hij al weer klaar met zijn emmers en slangen. Als er veel mensen tegelijk gaan, dan blijft hij gewoon wachten en duikt hij als je naar buitenkomt direct om je heen naar binnen. Al met al een camping zeer de moeite waard. En echt: helemaal niemand in de hele regio spreekt ook maar een woord Engels, Duits, Frans of anderszins een vreemde taal. Ik vraag me dus ernstig af, wat er met het EEG geld gebeurt dat bestemd is voor het onderwijs in dit soort landen. Zelfs de meest elementaire zinnetjes worden door onze eigen Big begrepen en hier door lummels van zestien jaar en ouder volstrekt niet. Je snapt niet wat een dergelijk land nog te betekenen heeft op de wereldkaart. En dat ondanks het feit dat ze ruim 500 jaar geleden juist de wereldkaart met de ontdekking van de beide Amerika's zo vergroot hebben. Maar ja, ook daar is merendeels Spaans de voertaal.
 
Donderdag 18 juli.
Vanochtend hebben we goed uitgeslapen. Die monsters in hun tentje kwamen pas hun hol uit toen de zon naar binnen begon te schijnen en ze letterlijk de tent uitbakten. De wind is geheel gaan liggen en de temperatuur ligt zo rond de 33 graden. Heerlijk dus. Na het ontbijt zijn we 6 km omhoog geklommen naar een berghut en hebben daar wat koud fris gedronken. Knap dat de dames die hele wandeltocht uitgehouden hebben: het was warm en het ging nog eens dik 500 m omhoog ook. We zaten daar echt op ruim anderhalve kilometer in een gebied, dat bekend staat om zijn beren. Uiteraard niet gezien, maar wel weer tientallen gieren en nu zelfs ook een nest met een overmaats kuiken erin. Dat beest blijft dus gewoon op de rand van zijn grotje zitten en aanschouwt wat zijn ouders in de thermiek allemaal uithalen. Grappig om te zien.
Terug op de camping (dus na 12 km wandelen en klimmen in de bergen) om een uur of drie eerst een groot ijs gegeten, gedouched, en dorst gelaafd met een heerlijk halve liter. Verder alleen maar lekker in de zon zitten bakken, bier gedronken en gelezen. Er worden veel peentjes geknabbeld en het wordt nu echt zaak, dat we weer een supermarkt gaan vinden, want de meest elementaire voedingsartikelen raken uitgeput. Morgen dus op zoek.
 
Maandag, 22 juli
Nu moest ik me er echt toe zetten om weer eens achter de computer te gaan zitten. Het komt er niet van; we zien echt te veel dingen en de wijn smaakt te goed in de avonduren. Buiten dat, valt het ook niet mee om iedere keer weer alle zaken zo uit je geheugen op te halen. Vanochtend zijn we naar Pamplona geweest en hebben eerst bij een LeClercq aan de ringweg grote inkopen gedaan. Liters cola en kilo's hapjes voor in de avonduren. Daarna zijn we Pamplona ingegaan. Laat je dus nooit gek maken, dat er voor grote auto's of campers parkeerplaatsen in het centrum zouden zijn: die zijn er dus echt helemaal niet (of je kunt er niet in omdat de doorrijhoogte slechts 2.10 m bedraagt), zijn verboden voor campers, of staan barstensvol met Spanjaarden. Na veel gedraai, gevloek en getier zijn we terug naar de ring gereden en hebben de camper daar geparkeerd. Vandaar uit is het 20 minuten lopen naar het centrum. Als je dat tenminste wilt. Wij vonden, na alle prachtige natuur en cultuur van de PyreneeŽn, er geen zak aan. Een stoffige stad, met eigenlijk op iedere hoek van de straat alleen maar renovatie- en herstelwerkzaamheden. Ze zeggen wel eens dat Berlijn zo'n bouwput is, maar Pamplona komt ook aardig in de buurt. De parkjes zijn ronduit vies en de terrasjes nodigen niet echt uit tot gezellig urenlang verpozen. De culturele zaken staan er maar duf bij en op iedere hoek van de straat lijkt de criminaliteit je wel aan te staren. Hemingway mag zijn stad hebben en houden: wij hoeven niet meer. Ook de weg naar buiten toe is niet echt opvallend leuk of iets dergelijks. Veel graanvelden, met op elke top van een berg een hele rij windmolens. Ze kunnen dan wel vooruitstrevend zijn op milieutechnisch gebied, mooier wordt het er niet op met zo'n bergrug, waar 60 of 70 van die windmolens staan.
Nee, dan gisteren en de dagen daarvoor. Echt te gek. We krijgen nu de smaak van het wildkamperen te pakken.
Na onze camping bij Hecho, hoog in de bergen, zijn we afgedaald naar het meer van Yesa. Wij zijn direct naar de zuidoever gegaan en vonden daar via een uitermate imposant maanlandschap een paradijsje op aarde. Helemaal alleen aan ons eigen meer van ongeveer 15 km lang. Ruime plaatsen (ongeveer 15.000 m lang en 1300 m breed), wat wil je nog meer.
Een slang in het water dreigde nog even wat roet in het water te gooien, maar de vaderlijke overredingskracht (of de 35 graden warmte?) zorgde er uiteindelijk toch voor, dat de dames het water in liepen en gingen zwemmen. Stromend water aan de voet van de camper; een houtvuurtje om het vlees op te roosteren, verse groenten en fruit, en een lekker flesje rose. Echt te gek.
De volgende dag zijn we naar Sanguesa gegaan, om inkopen te doen en uiteraard om het portaal van de kerk te bewonderen. Mooi, maar na een stadswandelingetje van een half uur blijkt ook deze plaats niet meer dan een duffe en stoffige provinciestad. Goed genoeg om inkopen te doen in de twee plaatselijke supermarktjes en om de ooievaarsnesten op de toren van de kerk te bewonderen. Dieuwertje wist niet wat ze hoorde, toen die beesten met hun snavels begonnen te klepperen. Uiteindelijk zagen we ook nog een bruidspaar in vol ornaat verschijnen. Je moet er niet aan denken: 35 graden en dan de dames in een lange japon en de heren in een driedelig pak met bijbehorende strop. De stadscamping in Sanguesa was verder een keurige overnachting met uiteraard een groot zwembad en een zeer uitgebreid sportcomplex. De voorzieningen waren eenvoudig maar schoon. Jammer alleen, dat je inderdaad daar overal na een regenbui een muffe natte hondenlucht ruikt. Het zit echt in de grondsoort, maar het blijft vies. Alsof je in een overvol hondenasiel rondloopt.
Gisteren zijn we eerst naar het kasteel van Javier geweest en daarna de Foz de Lumbier doorgelopen.
Het kasteel is prachtig en in bijna perfecte originele staat. Er is geen entree, omdat het nog steeds tot de bezittingen van de Orde der JezuÔeten behoort en dientengevolge vrij (en dat maken we niet vaak mee) toegankelijk is. Leuk om te doen en vooral als je een klein vleermuisje ziet hangen in een nis en alle dames met hun kop op 30 cm afstand het beestje konden bestuderen. Nog leuker wordt het dan, als het beestje besluit om weg te vliegen en dwars door de haren van bovengenoemde dames zijn vlucht naar buiten aanvangt. Ik weet zeker, dat alle geesten en spoken in het duizendjarige kasteel nu wakker zijn of in ieder geval de benen genomen hebben. Zelden vijf dames zo horen gillen. Voor een man een optimaal genot.
De wandeling 's middags door de gierenkloof van Lumbier is eigenlijk gewoon een must voor de vakantieganger in deze regio. Te gek, dat je daar gieren met hun nesten en kuikens zo kunt zien en horen. Je loopt daar op een niet meer in gebruik zijnde spoorlijn en moet af en toe een tunnel door. Erg leuk en spannend om te doen. Vooral met dames en hun zaklamp, die in de tunnels in de nissen wegkruipen en op zeer onverwachte tijdstippen te voorschijn springen in het donker.
Aan de kant van Lumbier is een goede en bewaakte parkeergelegenheid, die onmiddellijk toegang geeft tot de kloof voor deze spectaculaire wandeling met steile bergwanden, wildstromend water en laag overvliegende gieren. Je kunt er ook uitstekend picknicken en dat doen de Spanjaarden dan ook zo op een zondag. Het is er afgeladen druk, maar toch laat men alles (ook de aanwezige toiletten en vuurhaarden) brandschoon achter. Een klein stukje van Lumbier af zijn we een landweggetje afgereden naar de rivier en hebben daar gewoon in een zonnebloemenveld en bij een stroomversnelling overnacht. Uiteraard kwam het Nederlandse dammenbouwersgilde in de vroege avond naar voren en heeft de rivier ruimschoots voorzien van dammen en watergeleidingssystemen. Een barbe-knoeitje aan de oever en een drinkende vos in de schemer. Mooier kun je het gewoonweg niet hebben. Nu weet je meteen weer, waar je het allemaal voor doet.
Morgen gaan we wandelend naar Estella en doen we weer eens een overdosis cultuur op. Dat wordt smikkelen en smullen.
De camping in Estella, waar we nu op staan, is echt Spaans, druk en met heel veel seizoensplaatsen, die overvol zitten met lawaaierige jeugd, ranzige zwetende papa's en harige mama's in roze bloemenjurkjes. Ze hebben hier allemaal zo'n grote snor. De mannen trouwens ook. Gelukkig staan we op een redelijk afgezonderd terreintje met diverse andere campertjes. Altijd goed voor een leuk praatje en om ervaringen uit te wisselen. Zo doe je altijd weer ideeŽn op voor een andere rit of een andere vakantie. Opvallend is wel, dat veel mensen op terugreis zijn vanuit Portugal. En allemaal laaiend enthousiast. Misschien een idee voor de toekomst?
 
Dinsdag, 23 juli.
Vanochtend waren we zomaar eens bijtijds op en snel op pad. Rond tienen waren we al wandelend op weg naar Estella la Bella. En dat bleek echt de moeite waard. De loop er heen was een half uurtje, maar dan ben je ook meteen in het centrum en sta je voor het beroemde Romeinse bruggetje van de Carmino. Hier komen de Aragonese en Navarese pelgrimsweg bij elkaar en gaan gezamenlijk verder naar Santiago de Compastella. Links en rechts in het lieflijke stadje zijn allerhande in meer of minder vergane staat paleisjes, kerkjes, kloosters enzovoort. Jammer dat er zoveel vervallen is of zo slechte staat van onderhoud is. De straatjes zijn verder heel gezellig met veel winkeltjes, souvenirshops en authentieke Spaanse zaakjes. In de groentewinkel vond ik een prachtig bloempotje met gezellige ProvenÁaalse (?) kleuren voor heel weinig geld. Ook de terrasjes op het centrale plein nodigen uit voor een overheerlijk kopje koffie. Denk er wel om, dat een glaasje vers fruitsap meer dan Ä5 kost. Dat zijn stevige bedragen; ook voor Nederlandse begrippen, maar waar krijg je bij ons nog een glas echt vers geperst appelsap? Een kop espresso is net zo lekker en zeker beter betaalbaar.
Heycke slaagde wonderwel verder voor een stel mooie lichtblauwe oorknopjes en de Big heeft nu een originele dromenvanger. Vind dat nog maar eens in Nederland!
Het bruine brood van de bakker (een Alamana, je kunt het zelf niet zo bedenken) vloog er met de overheerlijke patť's in als zoete koek. De dames besteedden de rest van de middag aan rondhangen, zwemmen, dominoŽn, happen en snappen. Wen doet een dutje in de zon en ik ben de routeplanning aan het aanpassen, want de drempel voor deze vakantie ligt op cultureel vlak voor een aantal dames wat aan de hoge kant. Er zijn erbij, die de overdaad aan kennis en wetenschap niet aankunnen en dat willen we ze nu ook weer niet aan doen. Dus schrappen we wat kerkjes, kasteeltjes en zo en voegen wat meer natuurparken, wildkampeerplekken e.d. in. Morgen gaan we richting Olite en daarna door op jacht naar de voetstappen van de dinosauriŽrs. In de buurt van Enciso moeten we uiteindelijk dan weer een plekje gaan zoeken langs de rivier of in een of ander eenzaam dalletje om te overnachten. Het blijft mooi om op een dergelijke manier met een camper rond te trekken. Je doet meer en je ziet meer.
 
Donderdag, 25 juli.
Zo, daar staan we dan weer aan een volstrekt onbekend meertje midden in een natuurgebied, waar we eigenlijk bij toeval terecht zijn gekomen.
Gisteren zijn we naar Olite gegaan. Een kasteel uit, dat iedere Nederlands jongentje wel eens gebouwd heeft van plastic en Velpon. Prachtig om te zien dat een kasteeltje zoveel torentjes, kruip- en sluipdoor gangetjes kan hebben. De kinderen genoten. Dus wij ook. Na afloop even een lokaal marktje over en wat olijven en snoep ingeslagen. De middag zijn we door gegaan naar het natuurpark met de dinosaurusvoetstappen. En dat was echt geweldig. Je komt er aan rijden en wordt meteen 300 miljoen jaar teruggesmeten in de historie. De wandeling loopt door een kloof en het is duidelijk, dat de archeologen nog volop bezig zijn, er is verder ook geen hond te bekennen. De gehele wandeling is slechts een kleine kilometer en om de paar honderd meter zijn er tientallen afdrukken van kleine en grote dino's in het steen afgedrukt. We hebben ze gezien van de stegosaurussen, maar ook van de grote tyrannosaurus rex. Deze laatste moet ongeveer een maatje 750 hebben gehad. Niet te geloven, daar kun je met je eigen voet gewoon 5x in. Je voelt je dan echt heel klein en snapt ook meteen de paniek van die lui in de Jeep in de film Jurrasic Parc. Ook staan de stappen van de diverse jonge dieren goed afgedrukt naast die van hun pappie en mammie. Leuk om te zien. Al met al zeker de moeite waard. We reden de weg nog verder af en kwamen ook op de verticale bergwanden nog afdrukken tegen. Die zijn gewoon door het bewegen van de aarde in een andere positie gedrukt.
Het verdere verloop van de route was erg desolaat. Het landschap was bruin dor en geheel verlaten voor een 75 km. En dan moet je bij het draaien van een bocht naar links een klein rammeltje horen. Alleen bij de bocht naar links dus. Een dorp te gaan nog ruim 50 km en het laatste dorp ongeveer 30 km achter je. Wat doe je dan als een volleerde vader: lachen en zeggen dat het wel een steentje o.i.d. zal zijn in een van de velgen. De wegen zijn namelijk niet echt geweldig, dus voor de kids allemaal wel aannemelijk. Toen we dan ook het eerst volgende stadje binnenreden draaide ik de camper dan ook onmiddellijk een Fordgarage in. De chef werd er bijgehaald en ging gelijk mee voor een rondje. Ook hij hoorde het rammeltje, maar ik zag meteen grote vraagtekens op zijn gezicht. Terug naar de garage en onder de auto, in de motorkap en een collega erbij. Meer vraagtekens. Opnieuw een rondje en nog nauwkeuriger luisteren. Ja hoor, het komt van midden onder de auto vandaan. Dus de camper op de brug: blijkt de sensor van de cruisecontrol net even tegen het beugeltje dat langs de aandrijfas loopt aan te tikken. Even bijbuigen en weer gauw op weg. Met de vriendelijke groeten en de service van Ford.
Al met al was het al laat geworden en we zochten het niet meer om nog wild te kamperen in die hoek. Het trok ook niet echt, omdat alle rivieren geheel leeg en uitgedroogd stonden. Dus dan toch maar peage op en naar Santo Domoningo de Calzada. Dat verliep allemaal soepeltjes en een dik uur later draaiden we daar een camping/vakantiepark op met perfecte voorzieningen. De meiden het zwembad in en Wen en ik even uitblazen om vervolgens een overheerlijk pot nasi te maken. Niet te geloven: de meiden riepen, dat het overheerlijk was. Ik dacht echt dat ik in de zeik genomen werd. Maar ze meenden het: de rauwe bonen zullen wel zoet geweest zijn. Wen en ik namen nog even op het terras aldaar een paar espresso's en een gigantische Drambuie. Overheerlijk gewoon.
De volgende ochtend (vandaag, donderdag dus) hoefden we maar 5 minuten te rijden om Domingo binnen te rijden. Niet te geloven: alle winkels gesloten. Is er dus een of andere roomse feestdag van een heilige waar we nog nooit van gehoord hadden. Hebben wij weer. Maar goed: het bezoek aan de kathedraal was een succes. Het is ook echt geen gezicht als je dit gebouw binnenkomt. Je loopt recht tegen een middeleeuws kippenhok op, met daarin een witte haan en hen. De rest van de kathedraal is ook niet te versmaden. Prachtige schilderijen, kappelletjes en houtsnijwerk.
Na afloop dus maar weer naar de camper en door naar het volgende Domingo. Die van Silos. En we kozen voor de route door het natuurpark: witte weggetjes, dalletjes, onverharde wegen en prachtige natuur. De lunch genoten we op een hooggelegen alpenweitje, waar Veerle de schedel van een kat vond. Na deze opnieuw aangekleed te hebben met een stuk vacht van een schaap, gingen we verder door het park. Eenzaam en verlaten staan we nu zomaar langs een meertje. Niemand had meer zin om verder te gaan en deze mooie plek na een rustpauze te verlaten. Het water is ijs- en ijskoud, dus een kampvuur is zo gebouwd. Iedereen is op deze hoogte (1150 m) vandaag verbrand en loopt met rode koppen, armen en benen rond. Brecht leert hier vliegeren en kan na veel vallen en opstaan (vooral veel vallen) het apparaat nu in de lucht houden en sturen. De pap heeft een rondje gezwommen en kwam met een piemeltje van twee keer niks terug. Allemachtig koud dus. De zon is onder, de lucht is rood, het vuur heb ik geblust en de buitentemperatuur valt met rasse schreden. Dat wordt dus koud vannacht. Morgen gaan we gewoon verder. Dat is het leuke van een camper. Je stopt waar en wanneer je zelf wilt. Water en stroom hebben we altijd bij ons, dus onze vrijheid is gewaarborgd.
 
Zaterdag, 27 juli.
Daar staan we dan: hoog in de sierra aan de bron van de Ebro. Het Ebro stuwmeer ligt aan onze voeten, maar is niet te zien. Vanwege de mist. Het waait (zeg maar stormt) hard en het is vochtig. Als de zon niet doorkomt, dan is het kil en koud; komt ie wel door dan is het ook ineens weer lekker. We staan op het schiereilandje bij het gehucht Araij. Twee man en een paardenkop. Vanmiddag hebben we (ik alleen dus) gezwommen in het meer en dat was een echte maffe gewaarwording. De wolken vliegen dusdanig laag over het meer (dat weer op ruim 900 m hoogte ligt), dat je de kant af en toe niet zien kan.
Eergisternacht zijn we weer eens wild wezen kamperen om de volgende ochtend naar Santo Domoningo de Calzada door te rijden. De 50 km namen toch nog eens een anderhalf uur in beslag, voordat we er bij het klooster konden parkeren. Het klooster ligt echt heel ontoegankelijk in het landschap. Via hele nauwe passen kun je er komen over piepkleine bergweggetjes. Dan rijd je het dorp binnen en de commercie slaat toe. Waar vroeger alleen een klooster stond, staan nu tapasbarretjes, hotelletjes, en souvenirshops. De binnenhof, waar het uiteindelijk allemaal om draait, is echt de hele rit dubbel en dwars waard. Wat mooi en wat kompleet. Dieuwer ontdekte de gedraaide pilaren en ik moest me gewoon inhouden om niet ieder pilaartje te willen fotograferen. Je kunt die sfeer toch niet navertellen of vastleggen in kwantiteit.
Na het bezoek aan het klooster van Santo Domoningo de Calzada reden we door naar Burgos om aan de buitenkant van deze grote stad inkopen te doen. Aan de zuidzijde van de stad is wederom een dergelijke gigantische supermarkt en de Euro's vlogen weer het karretje in en de portemonnaie uit. Maar goed, dan hebben we ook weer van alles lekker voor de komende dagen. Vandaar uit reden we door naar een camping even ten oosten van Burgos (18 km) met een mooi zwembad en gezellig zonneweitje. De snelweg reed er wel op gehoorsafstand voorbij, maar omdat het zo warm was, hadden we de airco aan en hoorden we er toch niets van en genoten we een gekoelde nachtrust diep in de slaapzakken of onder de dekbedden.
Vanochtend waren we al vroeg op pad en reden we al voor tienen het parkeerterrein in Burgos op, waar zelfs een aparte hoek voor campers was (hele dag slechts Ä 1.60) met de bewaking in het zicht. Daar kan een stad als Pamplona nog heel wat van leren.
Binnen vijf minuten lopen, waren we in het centrum en het viel ons op dat een stad als deze pas rond elven tot ontwaken komt. Toen pas gingen de rolluiken van de winkels open en kwam de handel op gang. Wij echter, gingen rechtstreeks naar de kathedraal en vertoefden daar de volgende twee uur. Het is echt heel indrukwekkend en overweldigend. Zoveel kunstwerken en moois in een gebouw. Veel middeleeuwse werken van Nederlandse en Vlaamse kunstenaars. Zeer herkenbaar en te veel om ieder werk afzonderlijk goed te kunnen bekijken. Daar zou je dagen voor nodig hebben. Uiteraard hebben we de koffer van El Cid gezien en hebben we de clown met z'n hangbekkie en zwaaiarmen zien hangen om de uren aan te geven.
Vroeg in de middag gingen we winkelen en Dieuwer slaagde in haar souvenier (2 uiltjes) en Veerle slaagde op de keramiekmarkt voor oorknopjes (de gaatjes heeft ze nog niet, maar die komen volgende maand met haar verjaardag wel). Brecht zag het allemaal niet meer zo zitten en heeft nu uiteindelijk nog niets. Op het grote plein van Burgos hebben we nog een half uurtje staan kijken naar een folkloristische dansgroep. In ruim 35 graden hitte met vier onderrokken: je moet er echt niet aan denken. Toen werd het ons echt te heet en zijn we richting camper gegaan om snel de stad uit te rijden. Picknicken op een landweggetje met verse melk en brood met brie. Je moet er niet aan denken.
Anderhalf uur later reden het volgende natuurpark in bij het Ebro stuwmeer en hebben we vanwege de harde wind en de mist toch maar een camping op het schiereiland van Arija opgezocht. We staan er echt moederziel helemaal alleen op deze camping en de bbq laat ik in de topbox, want met die harde wind wordt dat toch niets. Dat wordt dus uiteten. Ook wel eens lekker.
Morgen rijden we het stuwmeer rond, zwemmen wat en gaan op zoek naar de verzonken stadjes in het meer. Moet natuurlijk wel de mist opgetrokken zijn, want anders wordt dat ook niets.
 
Zondag, 28 juli.
Dit schrijf ik hoog op een klip, waar we met de camper staan. Ik kijk uit over de Atlantische Oceaan en het eerst volgende vasteland is de USA. Het is koud, nat en mistig. Vanochtend werden we wakker, na voor ons een nacht van nachtbraken in de wereldstad Arija. We zijn heerlijk uit eten geweest in het dorp in een klein volkstentje. Pas na negenen wordt er geserveerd, dus voor ons doen konden we pas laat op pad. Met lange broeken en truien aan wandelden we naar het dorpje en stapten om stipt negen uur het restaurantje binnen. Nog geen hond te bekennen. Maar goed, er moet nu eenmaal altijd iemand de eerste zijn. Snel wordt alles nog even klaar gezet en wij kunnen bestellen. En we kunnen er op de Pollo en Langoustines verder helemaal geen hout van maken. Dus de juf erbij en die heeft ons haarfijn in rap Spaans uitgelegd wat het allemaal was. Ook daar konden we geen hout van maken, maar toen ging ze ons dus uitleggen wat er op de kaart van een half A-viertje allemaal niet was. Toen werd de keus dus steeds gemakkelijker en uiteindelijk waren we er uit. Zes verschillende gerechten voor zes personen, met wat vooraf. Als het niet smaakt, dan kun je altijd nog onderling een beetje schuiven en ruilen. Dus de juf mooi af en na 5 minuten kwam ze weer terug i.v.m. una granda problema. Een aantal gerechten, dat wij opgenoemd hadden, was niet voorradig. Uiteindelijk werd onze keuze, tot grote hilariteit bij de dames, gereduceerd tot een tweetal gerechten. Maar toen die uiteindelijk ook kwamen, moest iedereen beamen zelden zo lekker gegeten te hebben. Vooraf kwam een schaal met gerookte zalm en langoustines, overdekt met kaviaar. De andere schaal waren witlof blaadjes, gevuld met brokken tonijn en veel mayo. Dat vloog erin. Het hoofdgerecht voor Wen was een grote platvis die geheel overdekt was met gebakken knoflook. Uiteindelijk heeft dat er voor gezorgd, dat ik de gehele nacht op mijn linkerzij heb geslapen. En voor ons vijven kwam er een grote hete riviersteen op een schaal en een half lam. Zelden hebben wij zulk mals vlees gegeten en zo leuk origineel gesteengrild. Op de achtergrond was het halve dorp in de kroeg liederen aan het zingen en de sfeer was perfect.
Dik na elfen moesten we nog terugwandelen naar de camper. Twee flessen witte wijn achter de kiezen om vervolgens op het dorpspleintje een vrachtwagen te passeren, waar een rockband een soundcheck aan het doen was. Geen idee voor wat of voor wie. Daar zijn we uiteraard even bij blijven kijken (we waren wonderwel ook echt de enigen), om vervolgens toen de band een een rumba en chachacha inzette, deze beide dansen uiteraard in het donker uit te voeren. Meteen werden de volgspots op ons gezet (had de man van de belichting ook wat te doen) en ook Brecht en Heycke gingen dansen. Midden in de nacht, in een gat van nog geen 200 inwoners, midden op een dorpsplein. En een schik dat we hadden.
Uiteindelijk dus laat naar bed en vanochtend lekker uitgeslapen.
Na het ontbijt hebben we de boel gepakt en zijn we rond het Ebromeer gereden. Leuk om de verzonken huisjes en kerkjes te zien, ondanks het feit, dat vanwege de lage waterstand het merendeel erg droog stond. Het was leuker geweest als e.e.a. zo boven water had uitgestoken, maar goed, dat kun je ook zo niet plannen. Ik zal het Spaanse ministerie van Toerisme aanschrijven, dat ze de waterstanden wat verhogen voor de meer ludieke foto's.
Bij Reinose aangekomen, besloten we de kust op te zoeken en de Picos even te laten voor wat ze zijn. Alles was in een dik wolkenpak verstopt, dus de behoefte om naar grotere en vooral nattere hoogte af te reizen, was niet zo groot. Dus naar de kust, waar we dus een dik uur later in de volle regen aankomen. Nee, die keus was echt goed. Niet alleen regen, het was ook nog eens koud.
Niets meer aan te doen. We staan in Pechon op een prachtige camping. Wel wat groot, maar daar merk je helemaal niets van. Ondanks de vierhonderd plaatsen (die overigens nog niet voor de helft bezet zijn) zie je nooit meer dan vier of vijf andere kampeerders. Het zijn allemaal kleine veldjes, verspreid over een tweetal berghellingen met een heel leuke terassenindeling. Wij staan aan een baai, waar de golven voornamelijk aan de overkant op de rotsen slaan. Jammer, dat het weer niet meewerkt, want de natuur is echt prachtig hier. Als het morgen niet beter wordt, dan verdwijnen we toch echt weer de binnenlanden in. Je snapt meteen wel hoe deze kust aan zijn naam Costa Verde komt. Het is niet voor niets allemaal zo groen. Het had eigenlijk al een waarschuwing vooraf moeten zijn.
Even nog een geintje van deze jongen in de douche: sta ik dus onder de douche in het douchegebouw, draai de kraan open, is er alleen maar koud (en dan bedoel ik ook echt KOUD water). Snel afgespoeld en er snel weer onder vandaan. Aangekleed en spulletjes bij elkaar gezocht, zie ik een drukschakelaar naast de deur. Ik druk erop om (dacht ik dus) het licht uit te doen, sta ik meteen onder een straal heet water. Maar dan wel met m'n kleren aan. Deurtje van het overigens piepkleine hokje ook nog op slot, dus ook niet 1,2,3 eruit. Zeiknat terug bij de camper dus, tot grote hilariteit van de vijf overige dames.
 
Maandag, 29 juli.
Ik zie de zon nu achter de berghelling van het meer van Yesa zakken. Het meer staat nu zeker ruim 2 m lager, dan 10 dagen geleden toen we hier langs kwamen op de heenweg. Hoe kom je nu weer aan het meer van Yesa, vraag je je dan af? Gewoon: rijden. Vooral als het aan de kust zo regent. Vanmorgen werden we in Pechon rond 9 uur wakker en de lucht was nog steeds loodgrijs. Tijdens het halen van het verse stokbrood, begon het echt te regenen en dat is voor de zondagskampeerders die wij zijn, het overduidelijke signaal om gezamenlijk heel snel de boel te klappen en binnen een half uur weg te zijn. En dat tot verbazing van onze buren en toeschouwers. De weersvoorspellingen waren dusdanig, dat het niet loonde om ook nog maar een minuut aan de Costa Verde te vertoeven. Computer, secretaresse van Semco en de plaatselijke krant werden geraadpleegd en al snel bleek, dat de weersvoorspellingen niet al te gunstig zijn voor dit gebied. Wegwezen dus.
Hoe mooi het ook was. Want dat was ontegenzeggelijk een feit. Prachtig hoe de Atlantische Oceaan op die rotskust met zijn baaitjes en zandstrandjes beukt. Maar niet voor ons, dus. Wij zijn gewoon ranzige types, die eigenlijk wel van water houden, maar dan wel aan het eind van de dag op een redelijk acceptabele temperatuur en dan ook nog regelrecht vanuit een douchekop. Dat is overigens lang niet altijd zo, want een half uur geleden zijn we met zijn zessen een stuk wezen wadlopen en zwemmen in het meer van Yesa. Het water staat echt heel laag en vanavond hebben we met zijn allen ons zelf in het meer gesopt en geboend.
Al met al was het echt de moeite waard, een hele rit vandaag door de regen langs de kust. Via Bilbao, Vitoria en Pamplona weer naar de PyreneeŽn. Morgen zien we wel verder. Nu is de temperatuur in ieder geval weer lekker (34 graden), dat is wel wat anders dan de 15 graden die we gisteren hadden. De zon gaat bloedrood onder en ik zit dit te typen in mijn blote barst en met een glas Rioja, die we net bij een wijnboer gehaald hebben. Eigenlijk is dit onverwachte en zigeunerachtige rondtrekken het allerleukste dat er bestaat in een vakantie. Zo ben je hier en zo ben je weer ergens anders, om wat voor reden dan ook. Uiteindelijk waren we van plan om een dag of vijf aan de kust rond te hangen. Waarschijnlijk gaan we nu een stuk van de Aragonese pelgrimsweg volgen, maar dan in omgekeerde volgorde via Huesca en de midden-PyreneeŽn naar Toulouse. We laten de kust en de Picos voor wat ze zijn. Daar komt ooit nog wel een ander moment voor met hopelijk beter weer. Op naar nieuwe gebieden.
 
Veerles vakantieverhaal
We zijn weer aan het wild kamperen aan het meer
Brechtje, Dieuwertje, Heycke en ik hebben over het meer gelopen. Het was er heel leuk, we hebben met ze'n vieren een paar wedstrijden gehouden op het meer. Want in het midden van het meer was geen water en daar konden we wedstrijden houden wie het eerst door de modder was en dan in het water en kijken wie er het er eerst was. Ik heb heel vaak gewonnen . We hebben ook nog gelummeld het was wel een beetje moeilijk. Ik wil nog een ding schrijven het is tot nu toe een heel leuke vakantie.
 
Woensdag, 31 juli.
Het is koud, althans voor ons doen. Volgens mij leven we nu met de zon onder rond de 18 graden. En dat is koud voor ons. We zitten dus weer volop in de PyreneeŽn en hebben dus ook te maken met de temperaturen van de hoogtes die daar bij horen.
Gisterenavond zaten we nog aan het meer van Yesa. Een herder kwam langs met zijn 601 schapen, waarvan er een nog maar net geboren was. Heycke mocht dit natte ranzige en toekomstige stuk lamsbout eventjes vasthouden. Prachtig om te zien hoe de herder en zijn hond met zoveel beesten omgaat en een dergelijke groep kan sturen. Minder mooi was, dat we nadien bezoek kregen van de Guardia Civil. Twee heel aardige agenten in een landrover, die ons kwamen vertellen, dat picknicken wel mocht, maar kamperen niet. Om geen trammelant te krijgen, want daar zijn die jongens net effen te groot voor, pakten we dus in en binnen een kwartier waren we op weg. Op weg naar waar? Dat werd al rijdend in de auto om 20.00 uur nog even beslist. In ieder geval moest het richting Jacca (spreek uit: Gakka en niet zoals ik deed: Tsjakka) zijn, want daar zouden we onze tour gaan vervolgen. Alle gidsen werden nagespeurd en uiteindelijk kwam de keuze op Hiesca, hoog in de PyreneeŽn. Een prachtige (winter) camping, waar je ongezien op een wc kunt gaan zitten of een douche kunt gaan nemen. Wat een luxe! Maar dat mocht ook wel voor dat geld. Het blijft gewoon jammer dat je zelf verder zo weinig van de mogelijkheden van zo'n camping geniet. Prachtige zwembaden en sanitair. Maar ja, wij waren al tevreden met het water uit een meer. En dan is de luxe van al dat graniet en marmer meteen zo overdreven. De douche van een half uur nam alle klei van mijn lijf, dus die extra kilos ben ik ook al weer kwijt.
De volgende ochtend hebben we lekker uitgeslapen (pas om 09.30 uur wakker), en dan is het best wel lachen als je de eerste mensen al in het zwembad ziet hangen. Uitgebreid en lekker ontbeten met vers stokbrood om daarna alle tanks van de camper op de prachtige camper sanitairplaats op te vullen en te legen. Alles op een plaats bij elkaar en in een keer klaar: van poep naar schoon water.
Dat is wel even anders op de camping waar we nu staan. Midden in de middle off nowhere: the city of Anzanigo. Vijf man en een paardenkop. Een campinghouder van 140 kg schoon aan de haak en een zoon van 12 die de camping moet runnen. Zonder een woord over de grens te spreken. Het is een camping voor de meer gevorderde Hell's Angels. Veel tatoes en alleen maar motoren. Vers brood morgen vanaf 14. 00 uur. Zegt wel wat, maar het geeft ons ook weer een andere dimensie aan kamperen. Naast ons staat een koepeltentje, waaruit bij onze aankomst op dit evenemententerrein, enige erotische geluiden in een redelijk strak ritme kwamen. Niet om te lachen, maar gewoonweg super-hilarisch.
Vanuit Hiesca is het slechts een kort stukje naar Jacca (Tsjakka). En daar zijn we wezen winkelen. Niet alleen winkelen, maar ook wandelen en een museumpje bezoeken bij de kathedraal (althans Veerle en ik, want de andere dames wilden op souvenirjacht). De kathedraal is somber, donker en saai, maar het bijbehorende museum is voortreffelijk. Fresco's en drieluiken uit de 11e en 12e eeuw voeren de boventoon. Echt een bezoek waard. Schitterend zoals sommige schilderijen in bijna driedimensionale weergave op een plank gezet zijn. Bijna Jugendstil.
Jacca zelf is verder een toeristische aangelegenheid, met veel Frans winkelpubliek. Dat klopt ook wel, want de grens is nog maar 25 km van de stad afgelegen. Daar moeten wel koopjesjagers op af komen.
Daarna zijn we verder gegaan naar het klooster van San Juan gegaan. Slechts 30 km verder gelegen, maar voor de gevorderde haarspeldbochtenrijder zeker 2 uur rijden. Je komt aan op een verzamelterrein, met behoorlijk wat voorzieningen. Goed genoeg voor een uitgebreide picknick in ieder geval. Het nieuwe klooster bij de parkeerplaats (1600 - 1850) stelt helemaal niets meer voor. Het is een totale bouwval, waar voor de Spanjaarden alleen nog maar een audiovisuele presentatie gegeven wordt, die zelfs door de kaartverkopende juffrouw afgeraden werd voor anderstaligen.
De wandeling naar het Balkon van de PyreneeŽn is een must. Het uitzicht en de natuur tijdens deze 15 minuten durende wandeling zijn ongekend. Het weer werkte mee en we konden eindeloos over de PyreneeŽn kijken.
Daarna de bus (en neem die ook echt, want voor die ene Euro kun je dat niet lopen) naar het oude klooster en daar begint het echte onvervalste genieten. Veel stijlen in dit klooster, dat al vanaf de 9e eeuw daar gebouwd werd. Misschien nog wel eerder, maar daar is nog niets van teruggevonden. Het is helemaal in een nis in de bergen gebouwd en kan een gemiddelde bezoeker zeker 2 a 3 uur goed bezig houden. Volkomen de moeite waard.
En dan verder met de camper en op deze plaats terechtkomen. Motorrijders en andersoortig publiek, maar dat laat ik morgen wel weten, want Wen wil nu een biertje drinken in de bijbehorende kroeg. Mocht ik niets meer van me laten horen, het is leuk jullie gekend te hebben.
 
Donderdag, 1 augustus.
Het valt mee. We hebben het overleefd. En het was nog leuk ook. Zo zit je in een kroeg (en dan bedoel ik ook echt een kroeg) met motormiepen en eet je lekker verse calamar en een heerlijke tonijn salade. Een fles Tinto erbij en aan het eind van de avond ben je net aan Ä 15 kwijt. Volgens ons is de baas van de motorkroeg zijn eigen grootste klant. De buik bewijst dat, maar ook zijn bewegingen in het gebouwtje. Als hij van de ene naar de andere kant loopt, dan heeft hij halverwege allerlei glaasjes staan waar hij ondertussen hier en daar uit nipt. De camping stelt geen zak voor, maar dat mag je voor minder dan Ä 20 toch eigenlijk ook niet verwachten. Het heeft een zwembad, maar gebruik ervan wordt door ondergetekende ten sterkste ontraden. De sfeer in de kroeg is ontegenzeglijk een ervaring apart.
Vanochtend zijn we rond 10.00 uur (uiteraard weer laat wakker geworden) vertrokken en haalden in het eerst volgende dorp (Pena) als vanouds drie broden. Wist Wen veel dat ze dan drie broden van ruim een kilo per stuk mee zou krijgen? En dat bij een bakker, die in de ene deur opendoet in zijn hemd, en een meter verder een andere deur het brood aangeeft in zijn dagelijkse kloffie (wat deed die man daar eigenlijk). Bij de ijzeren brug over het Embalsa de Pena vonden we voor de brug een prachtige ontbijtplaats aan dit meertje en ontbijtten daar heerlijk in het zonnetje aan de waterkant. Met pijn en moeite kregen we een brood voor driekwart op. Restjes werden in het water gegooid en lokte meteen enkele hele grote karpers naar de kant, tot grote vreugde van Heycke.
Na het ontbijt gingen we verder op weg naar het Castillo de Loarre. Een van de grootste burchten in Spanje. Op weg er naar toe reden we langs een burootje, dat kanoen, raften, pentagliding etc. verzorgde in de directe omgeving. Uiteraard even gestopt en info gaan inwinnen. Kosten waren niet gering, maar een reservering voor de middag met betrekking tot een onvergetelijke raftingtocht werd door mij direct gemaakt. De omgeving was gewoonweg te mooi om dat te laten lopen. We werden om 15.30 uur verwacht, dus nog tijd genoeg om het kasteel te bezoeken. Dat was in volle restauratie, en de toegang was gratis. Uitzicht onvergetelijk en een bezoek zeker de moeite waard. Of het gratis blijft, dat valt te betwijfelen. Ook hier zal uiteindelijk de commercie toeslaan.
Terug naar het dorp om naar de camping te gaan, maar dat was al sinds jaar en dag gesloten. Shit. Weer terug richting het kasteel (10 km) omdat we daar een camping hadden gezien. Plek gepakt, tafel en kleed gedumpt, zwemspullen aangetrokken en weer terug voor het raften. Al met al zijn we een stel zigeuners met paarden en geiten en aanverwante zaken vier keer op die weg tegen gekomen. Die lui zullen ook wel gedacht hebben.
Bij de raftgelegenheid aangekomen, werden we alle zes in neopreen pakken, vesten en helmen gehesen om vervolgens met een busje en begeleider 10 km verderop in de rivier (de Gallego) gedumpt te worden. Heb ik op alle campings gelogen over de leeftijden van de meiden om extra korting te bedingen; nu moest ik de jongsten ouder maken om ze mee te krijgen. Onze Big is nu dus gewoon 9 en Veerle 12.
De ervaring was gewoonweg te gek. Leuke watervalletjes, stroomversnellingen, en andere spetter- en spatteraangelegenheden. Uiteraard met zijn allen een keer zwemmend in het pak door een stroomversnelling (uit de boot dus) en iedereen vond het geheel de ervaring van de vakantie (en dat mag dan ook wel voor Ä 190). Lijkt veel geld, maar voor wat je ervoor krijgt (ruim drie uur raften voor 6 man) is het niet overdreven. En de gids was goed op de hoogte van de natuur, dus uitleg onderweg (wonderwel in het Engels) was er ruimschoots. Er werd duidelijk niet op het horloge gekeken.
Daarna richting de camping in Ayerbe, douchen en heerlijk uit eten in een restaurantje. Perfect eten met een perfect menu voor Ä 15 per persoon. Daar komen geen worstjes of frietjes aan te pas. Neen, daar begint het vooraf met heerlijke mousses, garnalen, mosseltjes en weet ik veel wat voor lekkers nog meer, om vervolgens door te gaan naar een tussengerecht en een overheerlijk hoofdgerecht met plakjes lamskotelet, eendenborst, of entrecote. Het toetje was van verse chocolade of zoals het merendeel van ons had, een flan con salsa toffee. De verse chocolade won het.
De kids kregen de sleutel van de camper en pa en moe namen nog een aantal espressootjes met een bel cognac op het terras. Voor zes personen en dan Ä 100 kwijt zijn, dat is niet overdreven voor een dergelijk overheerlijk etentje (en dan wel met 2 flesjes streekwijn).
We zijn nu al zo veel en vaak van onze route afgedwaald (en dat maakt het juist allemaal zo leuk), dat we nog moeten overleggen wat we morgen gaan doen. Dat zie je dus later dan wel weer.
 
Zaterdag, 3 augustus.
Weer staan we aan een meertje. En weer zijn we alleen. De dames zijn van de rivierwand aan het duiken naar het ondergelegen beekje, dat weer uitmondt in het meer van Barasona. Het gegier en gelach is af en toe niet van de lucht. Ik zit dus onder een olijfboom in de schaduw en aanschouw dit allemaal en geniet van het uitzicht en het schouwspel van de dames. Als ik 2 km naar links kijk, en ik kijk weer 2 km naar rechts, dan zie ik nog steeds geen mens. Prachtig. Wen zit voor me in het zonnetje te bakken. Echt jammer dat we hier niet wildkamperen mogen, want er staan overal verbodsborden. Dat moet je dan ook niet doen, want er zijn campings zat in de omgeving.
Vanochtend hebben we inkopen gedaan, want we moeten toch het weekend een beetje overbruggen. En zoveel mogelijkheden zijn er niet in deze omgeving (misschien dat Graus nog wat te bieden heeft, maar dat weten we vanavond pas).
Voordat we vertrokken van de vorige camping hadden we nog even een vervelende ontmoeting met zo'n echt Amsterdaaaams oud wijf. Die vond, dat wij profiteerden van deze kleine Spaanse camping (camping La Benera in Ayerbe) en alleen maar omdat wij via onze waterslang water (dat zo'n kostbaar goed is in dit gebied) innamen om vervolgens daaaaagenlang te gaan wildkamperen. Dat vond ze aaaaa-sociaal en ze schaamde zich ervoor om Nederlander te zijn. Jammer, dat ook nette campergebruikers een dergelijk vooroordeel oproepen bij bepaalde mensen. Als die lui een keer douchen, verbruiken ze meer water, dan wij met onze camper doen in 2 dagen. Het water (140 l.) wordt alleen maar gebruikt (Ayerbe) om te koken en om onze wc door te spoelen (en het is in Spanje dusdanig zwaar gechloreerd, dat je het niet eens fatsoenlijk kunt of wilt drinken). Ons zelf wassen doen we in de riviertjes en meren. Maar goed, je moet maar zo denken: zo'n stom wijf weet gewoon niet beter: het zal allemaal wel jalousie zijn. Wij betalen al meer voor een camper (terwijl wij al niet eens geÔnteresseerd zijn in voorzieningen als een zwembad of weet ik veel wat voor entertainment, omdat we toch dagelijks in en bij de meertjes en rivieren vertoeven), vervolgens ook nog eens kampgeld betalen voor 6 personen en uiteindelijk hebben we (overigens heerlijk) ook nog daar in het restaurant gegeten. Al met al een besteding waar dat bemoeizuchtige wijf misschien wel twee weken voor staat op deze camping. Ik vond het niet eens nodig om een discussie met een dergelijk dom en oud ding aan te gaan. De opmerking: "mevrouw, u hebt wel een hoop commentaar voor iemand die ik niet ken" was voor mij toereikend en deed de toehorende dames van mij in lachen uitbarsten. Het commentaar was over, maar als blikken konden dodenÖÖ
Gisteren zijn we naar de Mallos de Riglos gereden. Dat zijn rechtopstaande pilaren van steen die ruim 300 m de hemel in reiken en bevolkt zijn met vele gierennesten. Een uitdaging voor alpinisten en bergbeklimmers. En die zie je dan ook aan alle kanten tegen de wanden aanplakken. Doodeng gewoon. Op een dergelijke hoogte en dan hangen aan een touwtjes en een spijkertje. Wel heel indrukwekkend om te zien. Als je heel goed kijkt, dan zie je gewoon de slijtplekken van het steile wandbeklimmen in het gesteente. Ook heb je er een prachtig uitzicht over de rivier waarin we geraft hebben.
De rest van de dag hebben we geluierd, spelletjes gedaan en gebarbeknoeid. Wen had wat maagkrampen en deed het gewoon even wat rustiger aan.
De route voor de terugreis via Toulouse heb ik net even uitgezocht en overgeladen naar de GPS. Die kaarten zaten er niet meer in, want we hadden ook niet verwacht dat we zover oostelijk zouden terechtkomen. Schitterend hoe gemakkelijk dat allemaal gaat. Zo heb je geen kaart van de omgeving, en zo heb je een kaart op je dashboard met alle details en landweggetjes. Lang leve de digitale techniek.
Vanochtend zijn we een uurtje Huesca in geweest: de provinciehoofdstad. Erg warm en erg stoffig, maar ook een beetje oubollig. Behoudens een kort bezoek aan de plaatselijke kathedraal met zijn prachtige zilveren altaar, is het m.i. een plaats die je rustig zou kunnen overslaan. Goed voor een wandeling, een heerlijk ijsje en een Spaanse handbeschilderde windwapper voor Brecht. Bij het wegrijden uit Huesca zagen we tot grote hilariteit een geheel bloot staande potloodventer die zijn hele hebben en houden aan ons tentoonstelde. Ik geloof niet, dat ik ooit zo gelachen heb deze vakantie, de tranen stonden in mijn ogen. Heycke heeft hem in alle consternatie niet gezien, maar heeft het er wel de hele rest van de vakantie over gehad. Waar het hart vol van isÖ..
Straks gaat de barbeknoei aan en daarna gaan we vanavond op zoek naar een overnachtingsplek.
 
Maandag, 5 augustus.
Vandaag staan we al een stukje voorbij Toulouse en is dus de terugweg al een stukje begonnen. De weg door de PyreneeŽn over Vielha is erg bochtig geweest en wij zaten tussen een benzine tankauto voor ons en een auto geladen met gasflessen achter ons (gedachten aan het boek en de film uit de jaren '60, waar de titel mij even van ontschoten is, over een transport van zwetende TNT in Venezuela om daarmee een brandende olie installatie mee uit te blazen, spelen even door mijn gedachten). Gemiddeld tempo rond de 60 en geen schijn van kans om de eerste te passeren. En dan ga je de Vielha tunnel in. Een tunnel die ooit gebouwd is, toen de auto's nog 60 cm breed waren of zoiets. En dat vijf kilometer lang in het donker. Enkelbaans, en als je een tegenligger moet passeren, dan moet je dus afremmen en elkaar voorzichtig en stapvoets voorbij gaan. Anders klappen de spiegels (in het gunstigste geval) of de zijkanten van de auto's tegen elkaar. Al met al: 5 km in het pikkedonker met zweet in de handen en een rijdende bom voor en achter ons.
Het is nu half zeven en we staan op een ouderwetse Municipal in Caussade en de prijzen zijn er onmiddellijk ook weer naar. We staan nu met 6 man voor Ä 12 all in. Zo goedkoop hebben we deze vakantie nog niet gestaan. Om zeven uur was er een borrel op uitnodiging van de burgemeester en daar hebben we uiteraard even gebruik van gemaakt. We waren nog geen 5 minuten binnen.
Vanochtend zijn we, tijdens onze laatste uren in Spanje, ruim 14 km wezen wandelen in het Nationaal Park Aiguestortes in de PyreneeŽn. Ongelooflijk, hoe dit gebied er uit ziet. Het kan op veel fronten wedijveren met vakanties in Canada. We zijn beneden begonnen bij de kruising en hebben het pad afgelopen tot aan het meer. Zeven kilometer heen en ook weer terug. De flora was er echt ongekend. Veel plantjes achteraf opgezocht en die komen dus alleen maar in dit soort gebergten voor: zilverdistel, astertjes, wilde anjers, monnikskap en nog vele andere voor ons onbekende plantjes. Ook de fauna liet zich niet ongezien. Konijnen, forellen, kikkers, padden, torren, libelles en weet ik veel wat nog meer. We hebben het allemaal gezien en (zoals de pad) gevoeld. Ook het pad naar boven was ongekend. Eigenlijk wel een van de allermooiste wandelingen op deze vakantie. Onderweg vele watervallen, stroomversnellingen, bronnen, beekjes gezien. Jammer, dat het merendeel van de bezoekers in dit park zich met een taxi-landrover via een verharde weg naar boven laat brengen. Je zou denken, dat ze dan al wandelend via de prachtige wandelroutes weer naar beneden zouden gaan, maar nee hoor: na een paar uur gaan die taxi's ook weer gevuld naar beneden. Die mensen komen dus boven, lopen een rondje en gaan weer naar beneden. Zonde.
Gisteren hebben we getracht met de camper naar de hooggelegen stuwdam in het park te gaan, maar dat ging zo moeizaam, dat we halverwege de strijd maar opgaven. De weg werd te smal en te slecht. En ook was er geen enkele uitwijkmogelijkheid. Een maal moest ik de camper meer dan honderd meter een aantal haarspeld-bochten achteruit rijden met links een rotswand en rechts een zachte berm met daarnaast een lichte verlaging van zo'n pakweg 100 meter. En dat op een gegeven moment met een file taxi-landrovers voor en een file auto's achter: dat doet de algemene gemoedsrust van chauffeur en bijrijder geen goed. Wen zei terecht, dat het welletjes was en dat we morgen in dit grote park een alternatief zouden gaan zoeken. Wild kamperen was overigens in ieder geval al niet mogelijk. Dat wordt aan alle kanten via aanplakbiljetten en folders verboden, dus dan moet je dat risico ook maar niet nemen. Stel je voor dat je midden in de nacht dat hele traject in het pikkedonker terug mag rijden onder dwang van de Parkranger.
Je moet er niet aan denken: het is overdag al niet eens te doen. Dus zijn we wezen die nacht wezen overnachten in Taull. Een bergdorpje in volle ontwikkeling met een camping. Overigens de duurste in de gehele vakantie (Ä 35). Met de meiden zijn we nog een spelletjes wezen dominoŽn in de bar onder het genot van een drankje. Dat was wel weer heel gezellig, want je zit er tussen alleen maar bergbeklimmers en fanatieke bergwandelaars.
Nou zou ik dus zo verder gaan, maar ik vergeet de dag van eergisteren verder. Het gaat af en toe wel van de hak op de tak, maar dat komt gewoon omdat ik me er niet toe kan zetten, om regelmatiger de stukjes te schrijven.
Eergisteren stonden we aan het prachtig meer van Barasona hoog in de bergen. Uitermate eenzaam onder de bomen en zwemmend onder de brandende zon. Daar hebben we een groot deel van de dag overheerlijk gebivakkeerd totdat onze Heycke zich draaierig en misselijk voelde worden (het begin van een zonnesteek?). Dientengevolge dus toch maar een camping in Graus opgezocht, want stel je voor dat het verkeerd verloopt. Gelukkig niet het geval en daags erna had ze weer praatjes als vanouds. De camping was overigens Belgisch georganiseerd en dat was onmiddellijk duidelijk: te druk, rumoerig en rommelig. Gewoon te veel Belgen, dan weet je het wel. Reden genoeg om de volgende ochtend heel snel weer weg te zijn.
En de volgende dag was dus ook een succes. Via een Romaans bruggetje in Capella zijn we via bergweggetjes doorgereden naar Isabena. Een hooggelegen bergdorpje, dat door een aantal slimme eigenaren schitterend tot ontwikkeling is gekomen. Telde het in 1996 nog slechts 36 inwoners, nu komt er dagelijks een veelvoud aan bezoekers. Leuk gerestaureerd, met een mooi dorpspleintje en fijne betaalbare terrasjes. Centraal de kathedraal met museum. En wat voor een museum! Echt leuk: het kerkje is geheel nog geheel in originele staat, met alle toeters en bellen van vroeger en toen. Prachtige gewaden, fresco's en schilderingen op de wand, altaren, Vlaamse banken, bisschoppelijk meubilair uit de 11e en 12e eeuw. Teveel om op te noemen. Kroon op het geheel was de prachtige kloosterhof met prachtige aangelegde tuin. Je zou er zo een feestje kunnen geven in een perfecte ambiance voor een honderd man.
Vandaar uit zijn we verder gelegen tot aan een prachtig plekje aan de rivier la Noguera de Tor, vlak voor Boi de Caldes. Daar hebben we de hele middag gezeten, gezwommen en van de rotsen afgedoken. Een unieke plek in deze vakantie, een om niet te vergeten. Het nationale park Aiguestortes is echt uniek. Daar komen we zeker nog een keer terug. Maar nu eerst de terugreis. Sambeek en de plicht tot arbeid roepen!
 
Dinsdag, 6 augustus.
We rijden nu op de lange en sombere Franse wegen in de regen dwars door de Dordogne. Het gebied dat traditioneel bekend staat om zijn mooie weer. Nou, mooi niet. Regen, regen en nog eens regen. Het valt echt met bakken uit de lucht. En alles is hier ook veel te groen, voor een lange droge zomer. Dat hebben we wel eens anders gezien, maar dan in bruine tinten. Vanochtend bij het pompstation sprak ik een Nederlander, die vier weken aan deze kant van de PyreneeŽn had gezeten. Het was volgens zijn zeggen de slechtste zomer, die hij ooit gehad had. Ik snap die lui niet. Ga vijftig kilometer naar het zuiden Spanje in en je hebt een strakke blauwe lucht en dik dertig graden. Maar ja, die hebben natuurlijk een camping voor vier weken geregeld en gereserveerd. Daar kom je niet zo maar 1,2,3 van af. Geef mij de vrijheid dan maar. Petalo met zijn meiden.
 
Woensdag, 7 augustus.
We hebben dus overnacht in Caussades. Een simpele municipal met zeer aantrekkelijke prijzen. Een mooie plek op het middenveld, en zoals gezegd een ontvangst door de burgemeester om half zeven met een bijbehorende borrel. De plastic bekers hebben we bewaard en doen nu in de camper dienst als wijnglas. Daar waren we dus helemaal doorheen en dan komt zo'n borrel toch allemaal weer goed uit. Het weer was slecht: koud en regen, dus de nachtrust was goed onder het dekbed.
De rest van de dag was overwegend saai: kilometers maken in de regen. De dames toverden de camper op een gegeven moment om in een bioscoopzaal en gingen DVD kijken. Voorbijgangers moeten wel gedacht hebben. Alle luiken dicht en het geluid via de radiospeler op knoerthard in de cabine. Pap en man zaten met de oren dicht en volgens mij moeten de Tarzan-geluiden af en toe over de Franse snelweg gegalmd hebben.
Wen rijdt nu en zit als een echte trucker achter het stuur. De GPS vertelt ons dat het slechts nog 292 km rijden is tot de volgende afslag. Dus nog een dikke drie uur en dan zijn we bij Orleans. Parijs is dan nog eens een anderhalf uur rijden en dan gaan we daar in de buurt maar eens een camping zoeken. Allemaal een beetje afhankelijk hoe de dames het achterin uithouden en het weer zich laat aanzien.
 
Donderdag, 8 augustus.
Even boven Parijs vonden we een camping bij een kasteeltje in Orvillers-Sorel. Zeer pittoresk gelegen, maar wel een echte ANWB doorgangscamping. Bij aankomst snoven we de lucht al op en moesten we een beetje op Wen inpraten, dat het toch eigenlijk na zo lange dag rijden geen doen was om nog eens uitgebreid te gaan koken. Dus Friet van Piet, met een tweetal kippetjes erbij. Daar hebben we ondanks de fenomenale prijs ontzettend van genoten. Een glaasje rosť erbij en nadien een potje dominoŽn. Dan de luikjes en de oogjes dicht om met een volle buik de broodnodige rust te genieten.
Gisterenochtend waren we op tijd weg voor het laatste deel van de terugreis en draaiden we rond half tien al te snelweg op. Precies voor 5 minuten, want toen werden we ingehaald door een met zijn lichten knipperende vrachtwagenchauffeur. Wij op de vluchtstrook stoppen en hij even verder ook. De binnenste band van onze dubbellucht achter lag plat. Niets van gemerkt en dan ben je toch maar blij dat je van die dubbele achterwielen hebt en een vriendelijke chauffeur, die je tot stoppen maant. Over die dubbel lucht gesproken, het rijdt niet alleen veel stabieler, maar het is dus nog eens veiliger ook. Maar goed, als volleerd techneut heb ik de zaak even aangekeken en vervolgens zo'n noodvoorziening lucht met plakmiddel in de band leeggespoten. En dat met de voorbij suizende vrachtwagens en andere voertuigen in mijn nek. Levensgevaarlijk. Met de opgelapte band vervolgens naar een noodhaventje gereden met een praatpaal en in mijn beste Frans de meneer aan de andere kant uitgelegd, wat er aan de hand was. Binnen 5 minuten stond er een veiligheidswagen van de Peage achter me en schermde de boel af met zwaai- en knipperlichten. Vervolgens werd een deel van de weg afgezet met pionnen om de camper heen en even later kwam de depannage auto eraan. Samen met de monteur heb ik het reservewiel erom gelegd en een uur later waren weer veilig op weg. Toch wel fijn, dat dit allemaal zo maar kan. Lang leve de ANWB. Goed geregeld en nog eens veilig ook. Meteen weer zo'n flesje met vulmiddel kopen, want dat is die Ä 5 echt helemaal waard. Met twee wielen op de weg en twee in de berm voel je je zo langs de snelweg toch niet echt lekker in je vel zitten.
Om de goede afloop te vieren zijn via Jezus-Eik gereden en hebben daar, zoals te verwachten viel, overweldigend geluncht in La Foret. De mosselen van de chef, de entrecote, de rundertong en vooral Veerles spaghetti smaakten overheerlijk en werden met een flesje witte wijn voor de paps en de mams en wat frisdranken voor de kids weggespoeld.
Daarna met een volle maag en een rozig gevoel het laatste stuk van de reis over Antwerpen, Eindhoven en Venlo naar huis en rond zessen draaien we onze camper veilig het garagepad op.
Weer een vakantie met een ster, met veel trekken, veel lekker eten, prachtige natuur, mooie kerkjes, musea en kloostertjes (cultuur, natuur en wetenschap) en alles gelukkig weer veilig verlopen. School en werk roepen, maar de plannen voor volgend jaar broeien ook al weer.
 
Robert Mekking
Sambeek, Augustus 2002.
 
 
Moulin de Veigne
 
Domaine d'Esperbasque
 
Onze 'Big'
 
Knollenfreak
 
Dominoen na het eten
 
Welke roos?
 
Kun je wel?
 
Racemonster
 
de Ebanetapas
 
Op weg naar Ochagavia
 
Prachtige wandelingen
 
De mooiste natuurparken
 
Distel met vlindertjes
 
Hecho
 
Camping op hoogte
 
Op weg naar Yesa
 
Wildkamperen bij Yesa
 
Sanguesa
 
Kasteel van Javier
 
Tussen de kantelen
 
In de kelder
 
Het klooster
 
Foz de Lumbier
 
Oude treintunnels
 
Wildkamperen
 
Dammen bouwen
 
Wat een plaatje
 
Estella la Bella
 
Prachtige kerk
 
Vlaamse meesters
 
Kasteel van Olite
 
Jonkvrouwen
 
Olite
 
Prachtige doorkijkjes
 
Mooie uitzichten
 
Mooie vaders
 
Anna, ziet ghij al iets komen?
 
Maatje 750
 
Tyrannosaurus Rex
 
Santo Domoningo de Silos
 
Alweer wildkamperen
 
Kattenschedel
 
Kampvuur aan het water
 
Santo Domoningo de Calzada
 
Gedraaide pilaren
 
De huisapotheek
 
Kathedraal van Burgos
 
Praalgraf
 
Vlaams houtsnijwerk
 
Dansen in Burgos
 
Embalme de Ebro
 
Wildkamperen aan het meer
 
Barbequen aan Yesa
 
Vlees genoeg in de buurt
 
Museum in Jacca
 
Klooster van San Juan
 
Ingebouwd in de rotsen
 
Prachtig beeldhouwwerk
 
Castillo de Loarre
 
Mallos de Riglos
 
Romaanse brug in Capella
 
Kerkje van Isabena
 
Prachtig binnenhof
 
Mooie galerijen
 
Zwemmen hoog in de bergen
 
Het nationale park Aiguestortes
 
Wilde bloemen te kust
 
en te keur